Wie door Thailand reist, loopt vroeg of laat een tempel binnen. Soms is dat een beroemde wat in Bangkok of Chiang Mai, soms een klein complex aan de rand van een dorp waar je de enige buitenlander bent. Hoe mooi en toegankelijk ze ook zijn: het blijven religieuze plekken waar mensen bidden, offeren en mediteren. Monniken wonen er vaak zelfs.
Met een paar eenvoudige gewoontes voorkom je dat je per ongeluk iemand beledigt of bij de ingang wordt tegengehouden. Hieronder lees je waar je op let, van je kleding tot de manier waarop je zit.
Kleding: schouders en knieën bedekt
De basisregel is simpel: bedek je schouders en knieën. Een T-shirt met mouwen en een lange broek, lange rok of ruime broek tot over de knie is bijna overal genoeg. Hemdjes, crop tops, korte broekjes en doorzichtige stof vallen af. Bij grote toeristische tempels, zoals het Grote Paleis in Bangkok, wordt hier streng op gecontroleerd. Bij kleinere tempels zegt niemand misschien iets, maar het wordt wel opgemerkt.
Handig is om een dunne sjaal of sarong in je tas te hebben. Die sla je snel om je schouders of benen als je onderweg spontaan een tempel binnenloopt. Bij sommige grote tempels kun je bij de ingang een sarong lenen of huren, maar reken daar niet altijd op.
Schoenen uit en let op de drempel
Voordat je een gebedszaal of ander heilig gebouw binnengaat, trek je je schoenen uit. Meestal zie je vanzelf een rij schoenen bij de deur staan; dat is je signaal. Slippers of makkelijke sandalen besparen je dus veel gedoe als je op één dag meerdere tempels bezoekt. Op het buitenterrein mag je je schoenen doorgaans gewoon aanhouden.
Een minder bekende gewoonte: stap over de drempel van de deuropening, niet erop. Volgens traditioneel Thais geloof huist daar een beschermgeest. Je ziet Thais er bewust overheen stappen, en het is een kleine moeite om dat na te doen.
Gedrag in de gebedszaal
Binnen geldt: rustig praten, telefoon op stil en geen haast. Wil je even zitten, doe dat dan op de grond met je benen opzij of onder je gevouwen. Voeten gelden in Thailand als het laagste en minst reine deel van het lichaam, dus richt je voetzolen nooit naar een Boeddhabeeld, een monnik of een andere persoon. Ga ook niet met je rug naar een Boeddhabeeld staan om een selfie te maken; dat wordt als respectloos gezien.
Het hoofd is juist het meest heilige deel van het lichaam. Raak dus niemands hoofd aan, ook niet dat van een kind. En klim nooit op beelden, muurtjes of chedi’s om een betere foto te maken.
- Spreek zacht en loop rustig
- Zit met je voeten van het beeld af gericht
- Vraag toestemming voor foto’s van mensen
- Wijs niet met je voet of vinger naar heilige objecten
Omgaan met monniken
Monniken zijn vriendelijk en vaak nieuwsgierig naar bezoekers, maar er gelden duidelijke regels. Vrouwen raken een monnik niet aan en geven hem niets rechtstreeks in de hand. Wil je als vrouw iets overhandigen, leg het dan neer of geef het aan een man die het doorgeeft. Ga in het openbaar vervoer ook niet naast een monnik zitten als je een vrouw bent.
Groet je een monnik, dan doe je dat met een wai: je handpalmen tegen elkaar voor je borst, met een lichte buiging van je hoofd. Een monnik groet niet altijd terug, en dat is geen onbeleefdheid maar gewoonte. Wil je meer sfeer proeven van hoe het is om als reiziger door het land te trekken, dan vind je op halpernl.nl verhalen en video’s over reizen in Thailand.
Ongeschreven regels rond het terrein
Loop je rond een chedi of heilig gebouw, doe dat dan met de klok mee, zodat het gebouw aan je rechterhand blijft. Zie je mensen bloemen, wierook of goudblaadjes offeren, kijk dan gerust toe of doe mee, maar sta niet in de weg. Een kleine donatie in een offerkist wordt altijd gewaardeerd, al is het nergens verplicht.
Let ook op hoe je met afbeeldingen van Boeddha omgaat. Op veel plekken hangen borden die erop wijzen dat Boeddha geen decoratie is. Tatoeages van Boeddha of souvenirs die zijn beeltenis oneerbiedig gebruiken, worden door veel Thais als kwetsend ervaren. Koop je een Boeddhabeeldje, behandel het dan met zorg en zet het niet op de grond.
Twijfel je? Kijk om je heen
Niemand verwacht dat je als bezoeker elke gewoonte kent. Thais zijn meestal vergevingsgezind als je zichtbaar je best doet. De beste tip is dan ook om te kijken wat de mensen om je heen doen: waar ze hun schoenen laten, hoe ze zitten en waar ze stil worden. Volg dat voorbeeld en je zit bijna altijd goed.
Met bedekte schouders, je schoenen bij de deur en een beetje aandacht voor je voeten en je stem loop je ontspannen rond. Zo kun je echt genieten van de gouden daken, de geur van wierook en de rust die deze plekken uitstralen.
